
de Volkskrant
30 april 2019 dinsdag
Section: V Opening; Blz. 2
 ENITH VLOOSWIJK
Highlight: Berichten verspreiden zich vaak razendsnel, of ze nu kloppen of niet. Wij proberen de zin van de onzin te scheiden. Deze week: Wie kattenfilmpjes bekijkt, presteert beter op de Citotoets.
Klopt dit wel?
VAN WIE KOMT DIE CLAIM?
Voor achtstegroepers die stijf staan van de zenuwen voor het centraal eindexamen kwam Het Jeugdjournaal onlangs met een remedie: kattenfilmpjes. 'Stressexpert' Suzan Kuijsten vertelde dat het niet alleen leuk is om naar kattenfilmpjes te kijken, maar ook dat je er goed van gaat presteren. Wetenschappers zouden dat hebben ontdekt.
KLOPT HET?
Kuijsten, naast stresscoach ook communicatiestrateeg, zegt de tip te hebben gehoord van klinisch psycholoog Bernard Maarsingh. Maarsingh vertelt dat hij zich baseert op onderzoeken die ten eerste aantonen dat positieve emoties leiden tot betere prestaties en ten tweede dat kattenfilmpjes leiden tot positieve emoties. Een plus een is twee. Ter onderbouwing mailt hij publicaties. 

Een daarvan blijkt een online onderzoek naar het effect van kattenfilmpjes. Via Facebook en Twitter spoorde de Amerikaanse onderzoekster liefhebbers van kattenfilmpjes aan een online vragenlijst in te vullen. De 6.827 deelnemers, voornamelijk volwassen vrouwen, beantwoordden vragen over hun persoonlijkheid, hun online kijkgedrag en hun relatie met katten. Ze vulden in hoe ze zich vóór en na hun laatste kattenfilmpje voelden. De conclusie van de onderzoekers luidt dat mensen die vaak kijken naar de filmpjes zich beter voelen. 

Problematisch hierbij is: de steekproef is niet representatief, er is geen controlegroep om de resultaten mee te vergelijken en van een experiment met kattenfilmpjes is ook al geen sprake. De uitkomsten zeggen vooral iets over wat vrouwelijke liefhebbers van kattenfilmpjes op Facebook zich menen te herinneren over de laatste keer dat ze een kattenfilmpje zagen. Willemijn Schot, onderwijswetenschapper aan de Universiteit Utrecht, vindt de studie niet overtuigend. 

Een Amerikaanse metastudie naar talrijke onderzoeken over geluk en succes, waarnaar Maarsingh ook verwijst, is aanzienlijk doorwrochter. Alleen betreft het hier studies die vooral een langetermijneffect van geluk op succes laten zien. De weinige experimenten rondom het directe effect van een blijmakende ingreep op prestaties laten geen eenduidig beeld zien. 

Er zijn aanwijzingen dat zo'n kortstondige blijdschap mensen in staat stelt eenvoudige taken sneller uit te voeren. Daarentegen lijken ze minder goed in staat complexere opdrachten uit te voeren, zoals logisch nadenken. Wat dat zegt over kinderen die een Citotoets moeten maken, is onduidelijk. Ook onderwijswetenschapper Casper Hulshof vindt de claim van de stressexpert overdreven. 'De logica is vergezocht. Wat als mensen een hekel hebben aan katten? Als je denkt dat het belangrijk is om te ontspannen voor de Citotoets en een kattenfilmpje helpt - prima. En als voetballen je ontspant, ga dat doen. Ik zou me vooral niet zo druk maken om die toets.'
EINDOORDEEL
Er is geen bewijs dat je prestaties verbeteren als je naar kattenfilmpjes kijkt.



